Schriftelijke vragen over de meerjarenplannen van de Raad voor de Rechtspraak (RvdR)

Vragen van de leden Van Oosten en De Caluwé (beiden VVD) aan de ministers van Veiligheid & Justitie en Wonen & Rijksdienst naar aanleiding van de meerjarenplannen van de Raad voor de Rechtspraak (RvdR)

 

1- Kunt u nadere duiding geven hoe de toegang tot het recht op bereikbare afstand voor iedere inwoner van Nederland gewaarborgd blijft?

 

2- Heeft overleg met het lokale bestuur plaatsgevonden, danwel -voor zover dit onverhoopt nog niet heeft plaatsgevonden- zal dit nog worden opgezet? Welke rol ziet de minister van Veiligheid en Justitie daarbij voor zichzelf weggelegd?

 

3- In hoeverre deelt u de zorgen van diverse organisaties dat regionaal forse werkgelegenheidseffecten of reductie in inwoners, dienstverlening of koopkracht zouden kunnen optreden ten gevolge van de uitvoering van de meerjarenplannen? Acht u het bijvoorbeeld reëel dat juridisch georiënteerde werkgelegenheid bepaalde regio's in Nederland zal verlaten? Zo neen, waarom niet?

 

4- Bestaan er marges waarbinnen effecten ten gevolge van verplaatsing van overheidsdiensten aanvaardbaar kunnen worden geacht en wordt in uw optiek met de plannen van de RvdR aan die marges voldaan? Zo niet, waar leidt dat toe?

 

5- In hoeverre is getracht de plannen van de RvdR en overige verplaatsingen van overheidsdiensten in ons land gelijktijdig en gecoördineerd te laten plaatsvinden?

 

6- Wordt bij toekomstige verplaatsingen van andere overheidsdiensten rekening gehouden met de keuzes gemaakt in het plan van de RvdR? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

 

7- Wanneer overigens worden de plannen van de minister van Wonen en Rijksdienst waar het gaat om eventuele verplaatsing van de andere overheidsgerelateerde diensten gepresenteerd? Hoe wordt het lokale bestuur daarbij betrokken?